Pädagogische Dienste | PABO-reis 2010


Video

 


Eine deutschsprachige Fassung folgt hier in Kürze. Diese Website wurde noch während des Ravensbrück-Aufenthalts der Gruppe in eifrigen Nachtarbeit realisiert.

 

 

 

 

 

 

Ravensbrück werd gebouwd in november 1938. Een jaar later kwamen de eerste vrouwelijke gevangenen hier aan. In 1945 werd het kamp bevrijd door de Russen.

Middels deze filmen willen wij (dat zijn Miriam Broekman, Nokki Fuhren, Susan Hamstra, Marjolein Kappen, Tim Olthof, Eveline Rouw, Miranda Schreuder en Nadine Woudwijk) een indruk geven van de ervaringen van de overlevenden ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

Voor deze filmen hebben wij diverse overlevenden geΪnterviewd. Hier hebben wij een compilatie van gemaakt die te gebruiken is voor educatieve doeleinden.

We geven voorafgaand aan deze filmen achtergrondinformatie over  de desbetreffende personen.  

Om naar deze film te kunnen kijken, heeft u Windows Media Player of een Add-In / Plug-In nodig, die filmpjes in het WMV-formaat beschikbaar maakt.


Selma van de Perre, een joodse vrouw, is geboren op 7 juni 1922. Selma komt op een van haar vele onderduikadressen in aanraking met het verzet. Vanaf dat moment heeft ze besloten een andere naam aan te nemen, Marga van Kuijt. Selma wordt uiteindelijk opgepakt en komt via de gevangenis in Utrecht, Vught terecht in Kamp Ravensbrück op 8 september 1944.  Selma wordt uit het kamp bevrijd door het Zweedse Rode Kruis.  Ze wordt naar Zweden gebracht en maakt hier de bevrijding mee.


Dr. Margrit Wreschner Rustow, een joodse vrouw, is geboren in 1925 te Frankfurt Main. Margrit staat in het teken van hulp aan de armen en zwakkeren in de samenleving. Na het begin van de Duitse bezetting slagen sommige familieleden erin om te vluchten naar de Verenigde Staten en Canada. Margrit, haar zus en haar moeder blijven achter samen met een broer en zijn gezin, met drie kinderen. In 1943 worden ze gearresteerd en worden ze naar kamp Westerbork gebracht. Op 5 februari 1944 gaan ze op transport naar Ravensbrück, hier komt haar moeder te overlijden op 8 januari 1945. Haar dochters worden korte tijd later naar Theresienstadt gedeporteerd. Na hun bevrijding in mei 1945 vertrekken ze naar Praag om na enkele weken naar Amsterdam. Hier treffen ze hun eigen huis aan in dezelfde staat als voor de oorlog.


 

 

 

Ernst Verduin wordt geboren in 1927 in ondernemend joods gezin. Samen met met zijn gezin, waarvan hij de jongste is, worden ze gedwongen om naar Amsterdam te verhuizen waar zijverblijven tot zij 14 januari 1943 uit huis gehaald. Ernst komt in kamp Vught terecht waar Ernst ernstig ziek wordt. Ernst weet de de ziekte te boven te komen. Hij wordt in september 1943 op transport gezet naar en komt via kamp Westerbork in Auschwitz aan. Ernst komt bij de ouderen, kinderen en zieken, die waren geselecteerd voor de gaskamer. Ondanks het protest van de SS-bewaking loopt hij over naar een groep mannen die later diezelfde dag naar het werkkamp Monowitz wordt gebracht. Ernst  wordt aan het werk gezet en leert al snel hoe het leven in Monowitz in elkaar steekt. "Nooit kon je iets niet. Wilden ze dat je ging houthakken, dan kon je houthakken. Wilden ze dat je ging tuinieren, dan kon je tuinieren" .  Vanaf januari 1945 wordt Ernst van het ene kamp naar het andere kamp gebracht waar hij op 11 april 1945 wordt bevrijd door de Amerikanen.

 


Elisabeth Ottenbros-Bosboom, Beppie,  wordt in 1926 in Amsterdam geboren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog komt zij via kamp Westerbork in januari 1943 terecht in kamp Vught. Hier wordt ze tewerkgesteld in het Philipscommando. Het pasgebouwde kamp is dan nog nauwelijks berekend op de komst van gevangenen. De werkomstandigheden in de werkplaatsen van Philips zijn goed, en als het Philipscommando in 1943 gedeporteerd dreigt te worden weet Philips de groep in Vught te houden. De groep wordt in 1944 alsnog gedeporteerd en komt Beppie terecht in Auschwitz. Na de dodenmars komt ze in 1945 in Ravensbrück terecht waar ze met vele andere vrouwen in een overvolle barak terecht. Ze hoeft daar niet te werken, maar de levensomstandigheden zijn daar bijzonder slecht. Als het Zweedse Rode Kruis in april 1945 een grote groep gevangen ophaalt en meeneemt naar Zweden, weigert de kampleiding om Beppie te laten gaan. Ze maakt korte tijd later deel uit van een grote groep vrouwen die het kamp te voet moeten verlaten. Na een voettocht van enkele dagen wordt de groep in het Noorden van Duitsland bevrijd door het Russische leger. In mei 2010 bezoekt Beppie voor het eerst, samen met haar dochter Yvonne,  kamp Ravensbrück.